Aldenhoven

Laatste getuige van de middeleeuwen: de oostelijke toren van de parochiekerk St. Johannes de Doper dateert uit de 12e eeuw en is het oudste gebouw in de plaats Niedermerz. Het schip is duidelijk jonger – het werd herbouwd in de 18e eeuw en later vergroot. De kleine zaalkerk met een iets getrapte toren bestaat uit een koor, dat in 1865 werd gerestaureerd, de oostelijke toren en het schip. Daarin ligt een zaal met drie traveeën, kruisgewelf en gordelbogen.

Bezoekers kunnen de kerk van binnen bezichtigen. Hier kunnen ze onder andere de orgelgalerij, de biechtstoel, de preekstoel, de communiebanken en het hoofd- en zijaltaar bekijken. De inrichting stamt uit de 19e eeuw. Het hoofdaltaar verschilt van andere altaren in zijn soort: het bevindt zich in de kerktoren en niet zoals gewoonlijk in het schip. Bovendien is de toren naar het oosten gericht – wat ook ongebruikelijk is, omdat het schip normaal gesproken in oostelijke richting wijst. Op het kerkhof, dat bij de kerk hoort, staan nog kruisen en grafstenen uit de 18e eeuw.

Steentijd, Romeinen en Franken
In het nabijgelegen dal van de beek Merzbach zijn nog steeds archeologische vindplaatsen uit het neolithicum en de Romeinse en Frankische periode. Het terrein van de nederzettingen, overblijfselen van muren en graven suggereren dat Niedermerz al meer dan 6000 jaar geleden door mensen wordt bewoond. Op een afstand van ongeveer drie kilometer liep de Via Belgica langs Niedermerz en de Romeinse weg van Aquae Granni (Aken) naar Iuliacum (Jülich) liep dwars door het dorp.