Romeinse wegen - de revolutie in mobiliteit
Als verkeersaders van een enorm rijk zorgden de Romeinse heerbanen voor de verbinding en het bestuur van het uitgestrekte gebied. De viae publicae werden oorspronkelijk voornamelijk gebouwd voor militaire en administratieve doeleinden en verbonden militaire bolwerken, steden en grotere nederzettingen. De bloeiende handel zorgde echter al snel voor een levendig verkeer op de hoofdwegen. Het beeld dat zich aandiende was kleurrijk: hier een marcherende militaire eenheid, daar colonnes met drukke kooplieden die hun goederen naar de markten vervoeren op ossen- en muilezelkarren, welgestelde particulieren die reizen in comfortabele koetsen of draagstoelen, of hoge ambtenaren in lichte wagens met één as. En te midden daarvan: massa's gewone mensen die te voet naar hun bestemming reisden.

Luchtfoto Römerstrasse / Foto: G. Amtmann, LVR-Amt für Bodendenkmalpflege im Rheinland

Langs de Romeinse wegen:
Rasthäuser, Siedlungen und Zollstellen
Niet alleen op de wegen zelf, maar ook links en rechts van de Romeinse hoofdwegen ontstond er bedrijvigheid: rustplaatsen, soms voorzien van badfaciliteiten, waren voor Romeinse reizigers vanzelfsprekend. Ook stallen, waar verse paarden of andere trekdieren ter beschikking werden gesteld, waren voor de meeste reizigers onmisbaar. Douane- en controleposten waren op regelmatige afstanden te vinden en er was zelfs een soort bewegwijzeringssysteem: mijlpalen gaven onderweg informatie over de afstand tot de volgende grotere stad. Bovendien ontstonden er in de loop van de tijd burgerlijke nederzettingen op kruispunten of rivierovergangen.

Opgravingen bij de wegpost bij Aldenhoven / Foto: S. Jenter, LVR-Amt für Bodendenkmalpflege im Rheinland

De aanleg van de Romeinse wegen:
Hoogstandje qua planning en realisatie
Superieure technische vaardigheden in combinatie met Romeins organisatietalent: met hun grotendeels rechte routes, indrukwekkende bruggen en tunnels en efficiënt wegonderhoud luidden de langeafstandswegen een revolutie in op het gebied van mobiliteit. De Romeinen planden het verloop van hun wegen – voor zover mogelijk – in een rechte lijn. Zelfs in de heuvels en bergen hielden ze grotendeels vast aan dit principe door bruggen en tunnels te bouwen. Alleen echt steile hellingen werden overwonnen door middel van mooie haarspeldbochten. De typische opbouw van een weg bestond vaak uit een paklaag van verticaal geplaatste breukstenen, waarop een tot 20 cm dik zand-grindmengsel werd aangebracht, gevolgd door een 5 cm dikke slijtlaag.

Tracé bij de Heidenköpfe / Foto: R. Smani, LVR-Amt für Bodendenkmalpflege im Rheinland

Dankzij de Romeinse wegen: bloeiende handel
Wijn uit Italië, olie uit Spanje of luxegoederen zoals amber, goud en ivoor: De handel op de hoofdwegen bloeide en zelfs afgelegen gebieden konden hiervan economisch profiteren. Naast de langeafstandswegen speelden ook de waterwegen een niet onbelangrijke rol: een groot deel van de bulkwaren en zware goederen werd over het water vervoerd.

Marsbagage / Foto: gemeente Nettersheim

Een stapel Romeins noodgeld. Foto: J. Vogel / LVR-LandesMuseum Bonn.

Tussen Welldorf en Jülich in het district Düren vonden hobbyarcheologen met een metaaldetector in 2017 een grote hoeveelheid Romeinse munten. (Bron: Archäologie im Rheinland)