De oudheid en haar wedergeboorte ontmoeten elkaar op deze plek: de citadel van Jülich in de stijl van de Italiaanse hoogrenaissance is niet alleen geïnspireerd door voorbeelden uit de oudheid – hij staat ook op overblijfselen uit de Romeinse tijd. Tijdens de bouw van het fort in 1566 en 1569 vonden arbeiders al oude gouden en zilveren munten. De opgegraven aarde werd gebruikt om de wallen en bastions van de citadel te bouwen. Daarom zijn ook daar Romeinse baksteen- en keramiekfragmenten te vinden.

Bij de aanleg van de parkeergarage vóór de citadel werd in 1986/87 een groot grafveld ontdekt. Met ongeveer 280 archeologisch onderzochte graven uit de 4e tot 7e eeuw is het een van de belangrijkste vindplaatsen in het Rijnland die de loop van de geschiedenis documenteert van de late oudheid tot de vroege middeleeuwen. Voor Jülich, de oudste stad binnen het gelijknamige hertogdom, is er dus bewijs van continue bewoning tijdens deze turbulente periode van volksverhuizingen.

De citadel zelf oogt vandaag de dag nog steeds zeer indrukwekkend: met een oppervlakte van negen hectare getuigt hij van de vesting- en kasteelarchitectuur van de renaissance. Hertog Wilhelm V van Jülich-Kleve-Berg gaf de opdracht voor de bouw, die werd ontworpen door de Italiaanse architect en vestingbouwkundige Alessandro Pasqualini uit Bologna. De overblijfselen van het kasteel in de citadel vertonen nog steeds fraaie decoraties. In de kasteelvesting is tegenwoordig het stedelijk gymnasium gevestigd en het Museum Citadel met het documentatiecentrum over de Via Belgica.