Ze wordt beschouwd als een van de belangrijkste vroege kerken in het Rijnland. Bovendien is de St. Petruskapel – in de volksmond ook wel de Karelkapel genoemd – het belangrijkste symbool van Übach-Palenberg. De kapel draagt de naam van Karel de Grote. Experts vermoeden dat het misschien een jachtkapel was van de keizer, die in het nabijgelegen Aken woonde. Enerzijds is bewezen dat er op de huidige plek van de Karelkapel vanaf de 7e eeuw een grafveld met een houten paalkerk lag, anderzijds is de kerk naar het oosten gericht – net als de dom van Aken.
Het oudste deel van de kapel dateert uit de 11e eeuw. Het metselwerk bestaat uit de verschillende bouwmaterialen van bijna 1000 jaar: losse stenen, rivierkeien, breukstenen, brokken Romeinse baksteen, middeleeuwse bakstenen, cementpleister en reparatiemortel uit de moderne tijd.
Het schip van de kapel is negen meter lang en zes meter breed en de ramen in de zuid- en noordmuur zijn dichtgemetseld. In de 12e eeuw werd het uitgebreid met een zuidelijke zijbeuk. Op initiatief van kerkvader Hermann von Mirbach werd tussen 1650 en 1653 het noordelijke portaal aan de binnenmuur richting noorden gebouwd. De huidige west- en zuidgevels werden bedekt met bakstenen en bij deze maatregel werd ook de dakconstructie navenant aangepast.
In de onzekere tijden van de 17e eeuw (waaronder de Dertigjarige Oorlog) dienden deze bijgebouwen als onderkomen voor bewakers en boden ze uitzicht over het open dal van de Worm. Er is een begraafplaats naast de kapel waar je nog enkele oude grafkruisen van zandsteen en Naamse hardsteen kunt zien.